Vrienden Priorij Emmaus

Zondag 30 september 2012 is er weer een Vriendendag. Graag tot dan....

VRIENDENDAG 2011

Met onder meer Marius Buiting (adviseur van de zusters), Leo Fijen (Eindredacteur KRO Kruispunt TV) en Cecilia Raymakers (organiste). Onderstaand een terugblik op deze zeer goed bezochte en gezellige dag (22 mei) aan de hand van een kleine diapresentatie:

Een terugblik op VRIENDENDAG 2010:

Zondag 6 juni jl. werd voor de derde keer de ontmoetingsdag van de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus gehouden. Een dag die werd opgeluisterd door twee inspirerende inleidingen van Ds. Carel ter Linden en Marius Buiting. Ds. ter Linden gaf een overzicht van de ontwikkeling van het Godsbeeld vanuit de oudheid naar het heden en hoe hijzelf het Godsbeeld ziet. Niet God verandert maar de verandering van de kennis van de mens verandert het Godsbeeld

Marius Buiting, in zijn professionele leven actief als kwaliteitsdenker, heeft inzicht gegeven in de invulling van de maatschappij. “Hoe gaan als we als mens om met materialen en mensen door de eeuwen heen” was de kern van zijn betoog. “Is de huidige economische crisis niet meer een logische consequentie van ons denken en doen en is een oplossing niet alleen te vinden in een transformatie van ons denken en doen”. Marius Buiting bedankte daarnaast de vele vrijwilligers die in en rond de Priorij actief zijn waardoor de zusters op een mooie manier worden ondersteund. Met name noemde hij Albert Retel (architect) en Maarten Grasveld (tuinarchitect) voor hun gratis professionele werk. Wij zijn druk doende om de teksten van beide inleidingen te verkrijgen om ze op onze website te plaatsen.

Het bestuur van de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus,

Annette Kooijman-Buiting, voorzitter
Henriette Thole
Aukje Wolters-Dekkers
Frank van ‘t Hek

VRIENDENDAG 2010 lezing van Marius Buiting

Materiele vernieuwing

Lezing voor de Vriendenstichting Priorij Emmaus, juni 2010

Samenvatting ter herinnering

  1. In deze bijdrage wil ik twee lijnen samenbrengen. De ontwikkelingen op landgoed Doornburgh en een ontwikkel en studiegebied in mijn werk:transformatie van organisaties en transformationeel leiderschap.
  1. Vertaalt naar materie,de transformatie van vervangbare consumerende materialisering naar een duurzame bezielde materialisering. Wat versta ik nu onder bezielde materialisering? Het stollen in materie in een krachtenveld tussen bron en visioen. De bron verwijst naar oorsprong,mysterie,God als alfa;visioen verwijst naar het nieuwe Jeruzalem,droom,ideaal,God als omega. Het gaat om schepping ,die begrepen kan worden als het wonder van het onherhaalbare .Als wij geschapen zijn naar Gods even beeld zijn wij behept met de gave onherhaalbaar te zijnen iets onherhaalbaars vort te brengen. In materie vertaal denk aan een schilderij,een tuin,een feestmaal,een uniek beschilderde of geboetseerde vaas,unieke zorg voor die ene unieke mens etc.
  1. Tot de 2 e wereldoorlog was dit een dominante filosofie die het eigen bestaan kleur en inhoud(betekenis) gaf. Vanzelfsprekend bij welgestelden maar ook bij kleine luiden en bij armere lagen van de bevolking .Denk hierbij aan zondagse kleding en klederdracht,de opkamer,borduurwerk in de uitzet,maar ook verhalen en familiekronieken,erfgoed,overgeleverde muziek,het gebed voor de zieke etc. Naast deze materialisatie tot uniciteit wed zo ook bijgedragen aan een besef van behoren,als rustpunt tussen waar je vandaan kwam en waar naartoe je op weg bent. Ik behoor bij die parochie,bij die straat,of die wijk,bij die familie,bij dat gilde,bij die vereniging etc.
  1. In het Amerika van het interbellum en in het Europa van na de tweede wereldoorlog ontstaat een nieuwe dynamiek,die vooralsnog alleen maar voordelen leek te hebben. De oorsprong van deze dynamiek ligt eeuwen terug en vloeit voort uit de verlichting,economische theorien, industrialisatie en massaproductie,maar wordt dan pas een overheersend paradigma. De drie meest in het oog springende voordelen zijn:
    1. massaproductie brengt materiele welstand voor brede lagen van de bevolking(auto,huis,koffiezetapparaat ,kant en klaar maaltijd,geheel verzorgde vakantie).
    2. ontworteling beantwoord aan een bevrijdingsideaal. Zelfontplooiing zonder rang of stand,komaf,sexe,bevolkingsgroep of ras.
    3. Collectivisering van onderlinge solidariteit bevordert onderwijs,gezondheid en sociale zekerheid voor iedereen.
  1. Daarnaast is er recent (vanaf de jaren 70) een kwaliteitsbeleving ontstaan die is gegroeid in de richting van beheersing en expansie in overtreffende trap. Zozeer dat we dood ,verdriet,afwijkend gedrag,ziekte ,pechongeluk en handicap steeds moeilijker kunnen accepteren als een realiteit van het leven en dat een toenemende kwaliteit allen nog gepaard lijkt te kunnen gaan met expansie(zozeer dat het woord impansie niet eens bestaat). Vergelijk de Olympische spelen, gestart als verbroederingsideaal naar voorbeeld van de oude Grieken,likt alleen nog maar te kunnen gedijen als het opvolgende evenement groter en exorbitanter is dan het vorige omringd met steeds drakonischer veiligheidsmaatregelen. Zorgelijk is dat zo in het hart van een beweging,organisatie of samenleving een erosie plaatsvindt van het oorspronkelijk ideaal;de bedoeling of waartoe-vraag verwisselt door de doel of wat levert het op-vraag .
  2. Zeer geleidelijk dwz over meerdere generaties uitgesmeerd is een nieuw waarden en leefpatroon ingesleten .
    1. alles wordt afgeschreven zowel financieel boekhoudkundig als functioneel want voldoet niet meer aan de eisen van de tijd en moreel want voldoet niet meer aan steeds strengere eisen van veiligheid en kwaliteit. Niets meer heeft permanente waarde en hetgeen permanente waarde lijkt te hebben (historische panden,kunstvoorwerpen,culturen en natuurgebieden) leeft niet meer maar is verworden tot fossiel of reservaat ,een versteende herinnering aan een vervlogen tijd.
    2. Een nieuwe onvrijheid door een handelingsvermoeidheid die los is komen te staan van een zijnsrealiteit:ik werk hard om geld te verdienen,;ik werk hard om mijzelf voldoende in de kijker te kunnen spelen voor een nog betere baan,ik werk hard om te overleven in deze individualistische samenleving,ik werk hard om te voldoen aan een verwachtingspatroon en externe eisen etc. Dit tegenover ik werk hard omdat ik mijzelf ervaar als een uniek en bijzonder mens met unieke gaven en een roeping die voor anderen in de samenleving ter beschikking te stellen.
    3. Het bewustzijn gaat verloren te behoren tot een gemeenschap die mij beschermd en waarvoor ik mij verantwoordelijk voel doordat er een voortdurend appel op mij persoonlijk belang wordt gedaan:je moet goed voor jezelf zorgen,je moet jezelf niet voorbijlopen,pas je wel op voor jezelf,je moet niet over je heen laten lopen etc. daarnaast appelleert de illusie van de verzorgingsstaat aan een mentaliteit van afschuiven:daar is de gemeente,de verzekering,of den haag toch voor,we betalen al genoeg belasting etc.
  3. Hoe nu verder :een vernieuwing start met in-zicht,naar binnen zich tof herbronning. Een zoektocht naar de kernwaarde/spirituele kern van onszelf,de organisatie of de gemeenschappen waarin wij even. Vanuit die bron mogen wij dromen over een nieuwe toekomst, een waarden-vol,bezield visioen;maar mogen wij ook beheersing en groei relativeren(kijk naar de vogels in het veld ,zij maaien niet zij zaaien niet;geef de keizer wat de keizer toekomt maar geef God wat God toekomt.). Dit is de start van een transformatief proces,een moeilijk proces omdat wij onbewust zo vergroeid zijn geraakt met bovenbeschreven moderne paradigma s .
  4. Maar toch is er hoop,licht aan het eind van de tunnel. Er is een groeiende intuïtie dat we moeten wenden gepaard aan een herinnering dat er in het recente verleden ‘iets’ was ,wat we hebben verwaarloosd en met een verlangen dat te hervinden. Vergelijk de intuïtie,de herinnering,het verlangen van zr Margareth in deze gemeenschap. Het investeren in de zoektocht naar de bron en de essentie door de architect ter inspiratie voor een vernieuwde vormgeving en door de zusters in het opnieuw reflecteren op de eigen spiritualiteit. Vergelijk ook het met nog meer kracht gestalte geven aan gemeenschap samen met vrienden,vrijwilligers ,participanten,dorpsgenoten in verbinding met de deze bijzondere kloostergemeenschap.
  5. Naast herbronning en visualisering van de toekomst is in een transformatief proces ook essentieel de bereidheid nodig ingesleten patronen te veranderen. Vertaald naar onze situatie:
    1. ik voel mij teruggeworpen op mijzelf naar we slaan de handen ineen
    2. van zakelijke transactie naar betrokken ondersteuning
    3. van gewoonte en meebewegen naar aandacht , orginaliteit en tegenbewegen
    4. van versnelling naar rust en verinnerlijking
    5. van analyse en ontkoppeling naar samenhang en geheim
  6. Tenslotte gaat het om veranderen van mindset. Om transformatie blijvend gestalte te geven moeten wij bereidheid vol vertrouwen naar de toekomst te kijken. Geinspireerd verlaten we de bange omgeving van de apostelen tussen hemelvaart en pinksteren. Schaarste blijkt overvloed. Tijdgebrek wordt het lopen van een lange weg. Vrees wordt hoop en verwachting.

Vanuit een onopdroogbare bron op weg naar een nieuwe oase en Hij loopt ,hoe wonderlijk, net als toen bij Emmaus met ons mee.

terug naar boven

 
Foto's van deze mooie dag in juni 2010:
     
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

                                                                         terug naar boven

VRIENDENDAG 2009 terugblik

- Verslag van deze dag
- Lezing Zr Mirjam
- Presentatie Maarten Grasveld, de tuinarchitect
- Fotopresentatie van deze dag

 
 

Verslag van deze succesvolle dag

De Vriendendag op zondag 14 juni was opnieuw een groot succes. Veel vrienden, niet alleen uit de regio maar afkomstig uit alle delen van het land, hadden de weg naar Maarssen gevonden voor een buitengewoon interessant programma met veel afwisseling. Na de uitgebreide ontvangst op de Priorij heette de Stichtingvoorzitter Annette Buijting allen welkom maar moest beginnen met de mededeling dat de aangekondigde spreker Leo Feijen, eindredacteur van het TV-programma Kruispunt, wegens ziekte op het laatste moment had moeten afhaken. In zijn plaats hield zuster Mirjam Hoogenbosch een boeiende inleiding over het leven en werken in een gemeenschap van zusters. In een prachtig opgebouwd betoog ging zuster Mirjam nader in op de eenheid in verscheidenheid binnen een gemeenschap, het ondergeschikt maken van het individu en de opdracht om de gemeenschap via het individu steeds steker te laten worden. Een prachtige inleiding over het wonen, leven en werken in een kloostergemeenschap. De volledige tekst van de inleiding van Zr. Mirjam staat elders op deze site afgedrukt.

De tweede spreker was tuinarchitect Maarten Grasveld. Als vriend en vrijwilliger ontwierp hij het plan om de grote tuin van het landgoed Doornburgh terug te brengen naar een aantal oorspronkelijke vormen. Landgoed, Priorij en huize Doornburgh waren de drie pijlers waarop hij zijn plan baseerde. “Tuinieren is een stukje grond herscheppen tot een eigen paradijs” zei Maarten Grasveld die vervolgens veel lof toezwaaide aan de vele vrijwilligers uit Maarssen die zich wekelijks met de uitvoering van het plan hebben belast en grote vorderingen hebben gemaakt. Aan de hand van foto’s werden de vorderingen voor de vrienden aangetoond. Maarten Grasveld ging ook in op de unieke positie die het landgoed Doornburgh binnen de gemeente Maarssen inneemt en het belang om deze bijzondere plaats met z’n allen te behouden voor de toekomst.

De priorin, Zr. Margareth Barenbrug, sprak vervolgens mooie woorden van dank tot alle aanwezige Vrienden van de Priorij voor hun steun die de zusters door het jaar in allerlei vormen mogen ontvangen.

De Vrienden kregen daarna ruimschoots gelegenheid om, de vorderingen van de grote tuin met eigen ogen te bekijken. De rondleidingen werden door de tuinvrijwilligers zelf begeleid. Ook huize Doornburgh kon nog eenmaal in de huidige stijl worden bezocht. Intern zal huize Doornburgh binnenkort worden verbouwd naar de modernere eisen van deze tijd. Een diapresentatie verduidelijkte de plannen van de architect.

De Vriendendag werd afgesloten met een gezamenlijke bijeenkomst in het klooster waarbij de zusters en de vele vrienden alle gelegenheid kregen de bestaande banden te versterken. Veel Vrienden sloten de geslaagde dag af met het gezamenlijk vieren van de Vespers.

NB: Uw gift(en) aan De VriendenPriorijemmaus zijn aftrekbaar van het belastbaar inkomen volgens het Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
Het ANBI is een door de Belastingdienst goedgekeurd Platform. Zie hiertoe eventueel ook www.anbi.nl

Lezing Zr Mirjam

Bij afwezigheid van Leo Fijen (wegens ziekte) was Zr Mirjam zo vriendelijk om hem te vervangen met de volgende lezing:

"Groeien in gemeenschap"

Als Leo Fijen hier gestaan had, dan had hij ongetwijfeld iets verteld over de spiritualiteit van kloosters, over de wijsheid en de levensstijl die je kan vinden in de kloosters, over de weg van het hoofd naar het hart. We moeten het vandaag zonder Leo doen, maar ik ga u wel iets vertellen over de spiritualiteit van dit klooster.

In onze spiritualiteit speelt gemeenschap een belangrijke rol. Wie geloften aflegt in onze gemeenschap doet dat met de woorden: ‘Ik schenk mijzelf aan God en de dienst van de Kerk in deze gemeenschap’. Dat is het hart van het leven van een kanunnikes, dat is de clou van ons leven. Onze specifieke religieuze weg is: Wij wijden ons toe aan God in en door de gemeenschap. Je zou kunnen zeggen: het charisma van ons religieuze leven wordt bepaald door ‘gemeenschap’.

Gemeenschap

‘Gemeenschap’ heeft het sinds de jaren ‘60 niet gemakkelijk in onze cultuur. Er is veel nadruk gekomen op het persoonlijke, op het individu. Mensen verbinden zich niet graag aan een instituut als een vereniging, politieke partij of een kerk. Het groepskarakter lijkt mensen kopschuw te maken. Toch lijkt er de laatste jaren een kentering te komen. Mensen zoeken weer naar verbondenheid, zoeken weer naar iets dat verbindt, waar je samen aan gaat staan. Zoeken naar iets dat groter is dan ‘ik’. Boudewijn de Groot zong in de jaren ’60: ‘Hoe sterk is de eenzame fietser?’ Iedereen weet het antwoord: Niet sterk!

Wie bezield is door een verlangen, een religieus verlangen, zoekt bondgenoten. Bondgenoten om samen mee op weg te gaan, om samen ‘de weg’ te gaan, om vorm te geven aan het verlangen. Het betekent vaak dat je je aansluit bij een bestaande groep geestverwanten. Wij zijn immers de eersten niet. Mensen vóór ons hebben een weg gebaand, hebben ervaringen opgedaan, hebben een wijsheid ontwikkeld waar wij ons voordeel mee kunnen doen. Van die wijsheid moet je gebruik maken, want leven in een gemeenschap is niet eenvoudig.

Een gemeenschap is nooit een statisch geheel. Zij is altijd in beweging, zij is voortdurend aan verandering onderhevig. In de eerste plaats omdat zij deel uitmaakt van de samenleving. Maatschappelijke veranderingen gaan de deur van een klooster niet zomaar voorbij. Ze dringen ons leven binnen en wij moeten ons ermee verhouden. In de tweede plaats omdat iedereen die in een gemeenschap intreedt, het leven in die gemeenschap mee gaat bepalen. Met de komst of het vertrek van een zuster verandert de gemeenschap, worden relaties opgeschud, verandert de sfeer in huis. Een gemeenschap is als een levend lichaam. Daarom kunnen we ook denken over ‘groeien in gemeenschap’. De uitdrukking ‘groeien in gemeenschap’ is meerduidig. Je kunt het op verschillende manieren verstaan: Het kan betekenen dat de zin voor de gemeenschap toeneemt, dat de gemeenschap meer en meer wordt opgebouwd, dat het gemeenschapsleven hechter wordt, zich verdiept. En het kan óók betekenen dat de gemeenschap zich uitbreidt. Die twee aspecten hangen met elkaar samen. Daar wil ik wat dieper op in gaan.

Regel van Augustinus

Wie nadenkt over religieus gemeenschapsleven kan niet om Augustinus heen. Augustinus, bisschop en monnik in de 4 e eeuw in Noord-Afrika, schreef een ‘Regel voor de Gemeenschap’, waar wij nú, na 16 eeuwen, nog steeds naar leven.

Er zijn vast mensen die kippenvel krijgen bij het woord ‘Regel’. Het idee dat je naar regels zou moeten leven! Als Augustinus een boek met regeltjes voor een gemeenschap zou hebben geschreven, dan was het allang in de geschiedenis verdwenen. Afgedaan als goedbedoeld, maar achterhaald.

Augustinus schreef ‘de Regel’ en wij schrijven dat met een hoofdletter! Hij schetst daarin de grote lijnen voor het leven in een religieuze gemeenschap. Het gaat niet om details, maar om basisprincipes. Augustinus wil met zijn Regel mensen niet beklemmen, maar ze binnen voeren in het Geheim van God. Augustinus was niet alleen een theoloog, maar bovenal een mystagoog. Hij wil mensen begeleiden op hun weg naar God. Op basis van zijn eigen ervaring, zet hij een geestelijke weg uit, en die weg speelt zich af in en door de gemeenschap.

De opening van de Regel begint met de woorden: ‘Allereerst moet u eensgezind tezamen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God’. Augustinus is sterk gericht op eenheid. Dat komt in zijn preken en in zijn theologisch denken veel naar voren. Augustinus zoekt temidden van de veelheid altijd naar de eenheid. God, de Drie-Ene, is één. Als God één is in zichzelf, moet ook de gemeenschap van mensen één zijn. Eenheid is voor hem de voorwaarde om tot God te kunnen komen. Niet alleen eenheid ín de mens zelf, maar eenheid onder mensen, in de gemeenschap van mensen. Als mensen in eenheid samen zijn, zijn zij ontvankelijk voor Gods genade, voor zijn liefde. Augustinus is dan ook gegrepen als hij in het Boek van de Handelingen (4,32) leest over de eerste christelijke gemeenschap: ‘De menigte gelovigen was één van ziel en één van hart’. Dát is zijn ideaal van een geloofsgemeenschap. Zoals hij het zelf bondig formuleerde: ‘Samen één, in de ene Christus, onderweg naar de ene Vader’.

Dat is de openingsregel, de opmaat, waar de rest van de Regel in besloten ligt. Alles wat daarna komt zijn aanwijzingen om tot eenheid of eensgezindheid te komen in de gemeenschap. Want: die eenheid is er niet vanzelf, daar zijn wij naar op weg! Als je intreedt in een gemeenschap kom je niét in een hemel op aarde, je treft niét een eensgezinde groep mensen aan. Je sluit je aan bij een groep mensen die onderweg is, op weg naar die eensgezindheid en op weg naar God. ‘Eén van hart en één van ziel’ is een opdracht voor een gemeenschap, het geeft een richting aan, het is een visioen, een wenkend perspectief. Ieder heeft een diep verlangen naar die eensgezindheid, en voelt onderlinge verdeeldheid als een pijnlijk tekort.

Het regelen van onderlinge verschillen

Alle praktische aanwijzingen in de Regel over bidden, over eten, over vasten, over kleding, over wat te doen bij verliefdheid enz. zijn als bakens op de weg naar eenheid in verscheidenheid. En het sleutelwoord bij al die aanwijzingen is: maatwerk. ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’, bestaat niet bij Augustinus. In de tijd van Augustinus waren de verschillen tussen de broeders en zusters net zo groot als in onze tijd. Augustinus waagde het om een gemeenschap te vormen van mensen afkomstig uit verschillende standen. Een gemeenschap waar vrijgekochte slaven samenleefden met mensen uit de hogere standen. Een ongekend experiment! Het was ook een stuk maatschappijkritiek, een protest tegen de sociale ongelijkheid. Het onmogelijke bleek mogelijk te zijn, omdat Augustinus met wijsheid en liefde te werk ging.

Zijn regels voor het samenleven zijn vooral gericht op het omgaan met onderlinge verschillen, omgaan met verscheidenheid, maar zonder dat iemand zich achtergesteld voelt of de kans krijgt zich op de voorgrond te dringen. De een heeft meer eten nodig dan de ander, de ander meer rust of aandacht. De één kan veel werk verzetten, de ander weinig enz. Ieder krijgt wat ze in redelijkheid nodig heeft, om te kunnen deelnemen aan het gemeenschappelijk leven en zo naar God toe te groeien. Er is waardering en ruimte voor ieders eigenheid, en tegelijk wordt het einddoel steeds voor ogen gehouden. Het is zeker niet het ideaal van Augustinus dat iedereen dezelfde grijze muis wordt. Niet iedereen is in staat hetzelfde te doen, maar ieder moet doen wat in zijn of haar bereik ligt. Iedereen wordt gestimuleerd op zijn weg naar God, maar er is respect voor ieders eigen tempo.

Ik denk dat het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ veel gemakkelijker te leven is dan ieder krijgt wat ze nodig heeft. Het vraagt grote volwassenheid om te accepteren dat een ander meer nodig heeft en krijgt (!) dan jij. Het betekent dat die ander anders mag zijn. Dat je de ander niet meer beoordeelt naar je eigen maat, maar de ruimte geeft. Dat vraagt ruimhartigheid en onbaatzuchtigheid.

De kraamkamer van de liefde

Met die houding komen we bij de kern van de Regel. Het hart van de Regel staat in hoofdstuk 5, dat is ook letterlijk het midden van de Regel. Daar wordt gesproken over onderlinge dienstbaarheid. Je zou het de kraamkamer van de liefde kunnen noemen. Na een paar praktische punten zegt Augustinus: ‘De bedoeling van dit alles is: dat niemand in haar werk haar eigen voordeel zoekt. Alles moet gebeuren in dienst van de gemeenschap en met meer ijver en meer geestdrift dan wanneer ieder voor zichzelf en haar eigen belang zou werken. Dat wil zeggen: dat men het gemeenschapsbelang boven het eigen belang kan stellen’. Dat is liefde. Het is wat Paulus in het Hooglied over de liefde schrijft: De liefde zoekt zichzelf niet.

Om dat te kunnen moet een mens leeg worden van zichzelf. Het vraagt het loslaten van een ik-gerichtheid. Het relativeren van je eigen agenda, eigen plannen, verwachtingen, ambities. Kun je dat loslaten om te doen wat de gemeenschap van je vraagt? Kun jij aan anderen vragen, wat Jezus vraagt aan de blinde langs de weg: ‘Wat wil je dat ik voor je doe?’ Wie zich toevertrouwt aan de werking van de gemeenschap, wie groeit in gemeenschap, moet zichzelf loslaten. De gemeenschap als plaats van ontlediging

Leven in gemeenschap vraagt loslaten. De crux van het religieuze gemeenschapsleven is, dat je gaat samenleven met mensen die je niét zelf gekozen hebt. Al je verwachtingen, behoeften en idealen vallen aan stukken, want je medezusters zijn anders dan jij gehoopt had. Je kunt een gemeenschap niet naar jouw hand zetten. Je loopt aan tegen het anders-zijn van de anderen. In het diepst van onze gedachten creëren we graag een ideale gemeenschap, maar we moeten het doen met de realiteit van onze eigen persoon en de andere leden van de gemeenschap. Dat lijkt een handicap, maar ten diepste is het genade. De realiteit van het gemeenschapsleven, met haar grootheid en gebrokenheid, en het appèl dat de gemeenschap op je doet, dwingen je om jezelf en je behoeften los te laten. De gemeenschap weekt je los van je ik-gerichtheid en opent je voor de ander. Augustinus noemt dat: genezing tot gemeenschap. Een mens geneest van zijn zelfbetrokkenheid, wordt ontvankelijk voor Gods genade en gaat open voor anderen. Een mens wordt vrij, echt vrij, om er te zijn voor anderen. Dat wil zeggen: om de broeder of zuster naast je te beminnen. Liefde is het sleutelwoord in de spiritualiteit van Augustinus. Liefde bij Augustinus is heel concreet: bedacht zijn op het welzijn van je naasten.

Dat is de diepste bestemming van de mens, dat is de mens zoals God hem bedoeld heeft. Dat is het proces wat Augustinus op het oog had toen hij de gemeenschap koos als geestelijke weg.

Leven in een gemeenschap vormt een mens. Wij worden mensen aan elkaar. We worden aan elkaar geslepen als diamanten. We ontdekken onze diepste eigenheid in het samenleven met andere mensen.

Augustinus vergelijkt een gemeenschap met een vuuroven. Dat beeld heeft twee kanten: je kunt er knetterend in opbranden (en dat gebeurt als je denkt dat een gemeenschap een veilige haven, warme deken of spiritueeel bubbelbad is), maar het kan je ook uitzuiveren: je word bevrijd van je zelfzucht, het kan je meer mens maken, al is het door een pijnlijk proces heen.

Als we uitgezuiverd zijn in en door de gemeenschap gaan we met Gods ogen kijken naar onszelf en naar anderen. Dan kunnen we in de ander God vrij kijken. Augustinus zegt: ‘Eert in elkaar God, want ieder van jullie is zijn tempel geworden’. God woont in ieder lid van de gemeenschap – het is pure genade als wij dat gaan zien.

Gemeenschap als lichaam

Augustinus heeft zich bij het nadenken over gemeenschap laten inspireren door de apostel Paulus, die in de Brief aan de Korintiers (I Kor.12) schrijft over de Kerk als lichaam: Vele ledematen vormen één geheel. Stel je voor dat de voet zegt: omdat ik geen hand ben, behoor ik niet tot het lichaam. En stel je voor dat het oor zegt: omdat ik geen oog ben, behoor ik niet tot het lichaam. God heeft ieder lidmaat zijn plaats gegeven in het lichaam. Er zijn vele ledematen, maar één lichaam. De voet kan niet tot de hand zeggen: ik heb je niet nodig. Het oor kan niet tot het oog zeggen: ik heb je niet nodig. Nog sterker: juist die delen van het lichaam die het zwakst schijnen te zijn, zijn onmisbaar. God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het mindere méér eer gaf, opdat er in het lichaam geen verdeeldheid zou zijn en de ledematen eendrachtig voor elkaar zouden zorgen.

Een prachtig beeld, waarbij verscheidenheid gewaardeerd wordt, en bijdraagt tot het grotere geheel. Paulus spreekt over onderlinge zorg en eer geven aan elkaar. En let op: de delen die het zwakste lijken te zijn, zijn het meest onmisbaar! Dat is iets waar we over na moeten denken.

Groei in gemeenschap

‘Groei in gemeenschap’ gebeurt mijn inziens als we, gegeven onze verscheidenheid, er meer en meer in slagen om eensgezind samen te leven op weg naar God. Dat betekent dat ieder lid van de gemeenschap zich moet laten ‘genezen tot gemeenschap’. Ieder moet met toewijding de geestelijke weg van de gemeenschap gaan, willen wij samen groeien in gemeenschap. De reden dat wij die weg gaan is geen ander dan ons verlangen naar ‘geestelijke schoonheid’, ons verlangen naar God. God is de bron en het einddoel van ons verlangen. Hij is de dragende grond van het ‘groeien in gemeenschap’.

Als wij groeien in gemeenschap, verspreiden we de ‘goede geur van Christus’. Die ‘goede geur van Christus’ kan in anderen het verlangen wekken naar God. Communio leidt tot missio. Ieder gemeenschap heeft een werking naar buiten. Dan wordt die andere ‘groei in gemeenschap’ mogelijk: het toenemen in omvang, in verbondenheid, in kwantiteit.

Tenslotte: waar het uiteindelijk op aankomt bij ‘groeien in gemeenschap’ is: elkaar dragen en verdragen. Augustinus zegt met nadruk: ‘Verdraag elkaar vol liefde’. In het woord ‘verdragen’ beluisteren we niet alleen de idee van geduld (geduld hebben met anderen), maar ook de idee van dragen. Mensen dragen mensen. Een ander draagt jou, jij draagt een ander. Wij leven van elkaars barmhartigheid en welwillendheid.

Een zuster die haar professie doet, vraagt de barmhartigheid van God en de welwillendheid van de gemeenschap. Wie daarom vraagt en bereid is daarvan te leven, groeit in gemeenschap.

Zr.Mirjam Hoogenbosch c.r.s.s.

Presentatie Maarten Grasveld

De tweede spreker op de Vriendendag was tuinarchitect Maarten Grasveld. Als vriend en vrijwilliger ontwierp hij het plan om de grote tuin van het landgoed Doornburgh terug te brengen naar een aantal oorspronkelijke vormen. Aan de hand van foto's en een zeer boeiend verhaal werden de vorderingen voor de vrienden aangetoond.

                                                                                   terug naar boven

Foto's van deze mooie dag:
     
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

                                                                         terug naar boven

VRIENDENDAG 2008

Op zondag 6 juli jl. werd de eerste ontmoetingsdag van de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus gehouden. Het was een prachtige dag die nog mooier werd door de grote opkomst. Meer dan 100 mensen hebben het klooster en het landgoed bezocht. Voor sommigen een hernieuwde kennismaking, voor anderen thuiskomen bij familie, vrienden of oude bekenden.

Natuurlijk was er volop gelegenheid te genieten van het park dat het afgelopen jaar dankzij veel vrijwilligers en vrienden een enorme opfrissing heeft gehad. Prachtige zichtlijnen, bomen en bloemen en aangeharkte paden. Ook het klooster en huize Doornburgh konden worden bezichtigd, waarbij vooral indruk maakte hoe grootscheeps en fraai het klooster recent is verbouwd.

Belangrijk onderdeel van de middag was een inleiding door Marius Buiting, de bezielende voorzitter van de Denktank, een groep van gespecialiseerde vrijwilligers die ieder op hun terrein de zusters begeleiden en adviseren bij het instandhouden van het landgoed en het opbouwen van hun toekomst. Hij werd ingeleid door Henriette Thole, bestuurslid van de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus en zuster Margareth, de priorin.

Uitvoerig zette Marius Buiting uiteen wat er allemaal al was ondernomen en wat er allemaal nog te gebeuren staat. Zoals al eerder gezegd moest het klooster ingrijpend worden verbouwd en aangepast aan de eisen van deze tijd, met name op het terrein van sanitair en brandveiligheid. Die verbouwing is nu volledig afgerond. Het was een duur project waarvoor met vereende krachten financiële fondsen zijn geworven. Vervolgens is het park ter hand genomen. Het contract met het hoveniersbedrijf werd opgezegd en onder de bezielende leiding van tuinarchitect Maarten Grasveld en zuster Christina is een groep vrijwilligers uit Maarssen en omstreken vol energie en aan de slag gegaan. Het resultaat is werkelijk verbluffend. Ook de komende twee jaar zal nog hard aan de verfraaiing van het park worden doorgewerkt. De historie van de tuin in kaart zal in kaart worden gebracht en op basis hiervan worden gesnoeid en opnieuw worden beplant.

Een ander project dat in volle gang is, is het vergroten van het rendement van de diverse gebouwen op het terrein zoals huize Doornburgh, het Koetshuis en Klein Doornburgh. Ook hier zal fors moeten worden geïnvesteerd met name door de huidige strenge brandweereisen maar ook om het geheel op een hoger kwaliteitsniveau te brengen, zodat de opbrengst en de inkomsten kunnen worden vergroot.

Marius Buiting ging ook in op de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus met nu al bijna 200 donateurs, die al diverse projecten van de zusters financieel heeft ondersteund, zoals audiovisuele apparatuur voor de conferentieruimtes, beplanting van de kloostertuin etc. etc.

De achterliggende filosofie van de Denktank was het volgende onderwerp dat uitgebreid werd toegelicht. Hoe behouden we deze prachtige plek in Maarssen, hoe kan daarbij de spiritualiteit van de zusters als uitgangspunt dienen en hoe kunnen we door het vergroten van saamhorigheidszin en gemeenschapszin dit met elkaar presteren zodat de zusters kunnen blijven wonen werken zonder in financiële problemen te komen.

Hij rondde af met de oproep aan alle aanwezigen om na te denken over “Wat kunnen jullie doen om de zusters te helpen”. “Het is geweldig dat jullie je al inzetten en doneren, maar blijf alsjeblieft betrokken want jullie steun is de komende jaren nog heel hard nodig”. Met “werf allemaal één nieuwe donateur voor de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus” kwam een einde aan zijn boeiende en enthousiaste inleiding tijdens deze druk bezochte bijeenkomst.

Dit gloedvolle betoog kreeg onverwacht steun van mevrouw Yvonne van Rooij, voorzitter van het College van het Bestuur van de Universiteit van Utrecht en lid van het Comité van Aanbeveling van de Stichting Vrienden van Priorij Emmaus. Zij onderstreepte nogmaals de woorden van de Marius Buiting en stak de zusters en ons allen een hart onder de riem om vol enthousiasme op de ingeslagen weg voort te gaan.

U begrijpt dat het een geweldige middag was die werd beëindigd door het versterken van de inwendige mens. Er werd geborreld en er waren verrukkelijke hapjes en velen sloten de geslaagde dag af door het bijwonen van de vesperviering met de zusters. Als u niet van de partij was, heeft u echt iets moois gemist.

U weet nu ook wat u te doen staat, Volgend jaar zeker komen!

                                                                         terug naar boven